Lang van weggeweest, liefste lezers.
Ik kan tig excuses bedenken om mezelf beter te doen voelen en mijn reputatie van real og -zijnde hoogstaand te houden, maar dat zou afdoen aan mijn geloofwaardigheid.
Kort en bondig:
ik heb lang niet geschreven wegens de dingen des levens: liefdesverdriet, onzekerheid en veel existentiële crisissen.
Overigens heb ik ook lang niet geschreven wegens de fabelachtige dingen des levens:
een pandemie of hoe het klinkt in de monden van de jeugdige tweepers ‘miss RONNNAAAA‘
Swat, genoeg gezeverd!
Vandaag een schrijfseltje over het essay troost van het pessimisme van De Coninck. Dit schrijfseltje is een vervolg op mijn vorige blogpost: ”een gedicht schrijven, dat kan toch iedereen?”
Gisteren stuurde ik een tweet de wereld in, waarin ik staafde waarom ik poëzie beaam.
poëzie zijn toch maar woorden die rijmen naast elkaar plaatsen
poëzie schrijven, dat kan toch iedereen (zie hiervoor mijn vorige blogpost)
poëzie dient tot niets!
Het zijn allemaal veronderstellingen die de revue zijn gepasseerd.
om bovenstaande veronderstellingen te analyseren, doe ik nogmaals beroep op de man die zijn volk poëzie leerde lezen, enfin meester De Coninck dus.
Buiten een poëet om U tegen te zeggen, werkte De Coninck ook een tijdje als leerkracht. In zijn essay Over de troost van het pessimisme houdt hij een pleidooi over waarom de nutteloosheid van poëzie gelukzaligheid brengt.
ik citeer: ”Ik zei dus: precies de nutteloosheid van poëzie is een protest tegen al wat in deze wereld aan de orde is. Dit is een maatschappij van hebben. Poëzie hoort tot het rijk van het zijn”
We worden constant geconfronteerd met utilitarisme. Alles moet zijn nut hebben en zo niet doet het af aan ons hele bestaan en de betekenis van het zijn.
Echter betwist ik deze denkwijze want dan stel ik me, na de zoveelste existentiële crisis (zie boven ), de vraag hoeveel nut iets kan hebben in een eindig leven. Misschien is het gegeven van een eindig leven genoeg om te beseffen dat utilitarisme eigenlijk nergens op slaat als je zwemt in een zee van eindigheid. Het nuttige wordt zowaar dan toch automatisch nutteloos?
Een soort winst in het failliet
Ik ben me ervan bewust dat het bovenstaande doemdenken is, maar ergens troost deze vorm van pessimisme. Ik wil gewoon maar zeggen dat constant opzoek gaan naar iets dat zorgt voor winst of voordeel, ietwat abrupt is.
ik citeer : ”Waartoe dient een wandeling door het bos? Hoeveel is dat waard? Wat mag zo’n bos kosten? Hoeveel kost stilte?’
Sommige dingen hoeven niets te betekenen of rendabel te zijn. Kwestie van soms eens de pauzeknop in de drukken en te doen wat je wil. Het pessimisme van dat winstgevende denken gebruiken als pleister op de wonde en luidop schreeuwen: Leve het nutteloze!
en om te eindigen: Waartoe dient een wandeling door het bos voor jullie liefste lezers? Als het antwoord niets is, zit je op de goede weg! 😉
voor nu: BYE!